M.

MA (Marque Auxiliaire):

Merknaam in eigendom van een koper (bijvoorbeeld een restaurant, supermarkt of wijnhandelaar).

Magnum:

Flesmaat voor 1,5 liter (2 flessen).

Malolactische Gisting:

Ook wel melkzure gisting genoemd. Een tweede gisting waarbij bacteriën het wrange appelzuur om in het mildere melkzuur. Malolactische gisting leidt tot een verlaging van de totale zuurgraad van de wijn en heeft meestal een gunstig effect op de smaak.

Marc:

In de Champagne heeft dit woord twee betekenissen:

  1. de perslading van 4000 kilo druiven, oftewel de pers- capaciteit van een traditionele wijnpers
  2. het distillaat van het persafval (van schillen, pitten en steeltjes)

Méthode champenoise:

De tweede gisting op fles.

Méthode Traditionelle:

Idem als méthode champenoise , echter, deze term mag alleen door de wijnboeren van Champagne worden gebruikt. Op alle andere plaatsen ter wereld wordt het méthode traditionelle genoemd.

Methusalem (of Mathusalem):

Flesmaat voor 6 liter (8 flessen).

Millerandage:

Onvolkomen groei van de wijndruif door niet-bevruchting.

Millésimé:

Een champagne (wijn) van één oogst. Met andere woorden een champagne met op het etiket de vermelding van het oogstjaar.

Mineralig/ Mineraliteit:

Aroma’s uit de bodem, die vaak aan bepaalde steensoorten doen denken (krijt, zands- teen, tufkrijtsteen, enzovoort).

Montagne de Reims:

Heuvelrug ten zuiden van Reims (en ten noorden van Épernay), die voor de wijnbouw in Champagne van essentieel belang is. Hier komt grote kwaliteit vandaan. Hier vindt men veel pinot noir druiven.

Most:

Onvergist sap verkregen door het kneuzen en/of persen van vers geoogste druiven.

Mousse:

Het schuim, de belletjes, het koolzuur in een champagne. De mousse behoort klein en aanhoudend te zijn.

Muselet:

Het ijzeren draadwerk rond de kurk van een fles champagne. De muselet moet zorgen dat de kurk op zijn plaats blijft, dat de kurk de koolzuurdruk vanuit de fles (circa 6 atmosfeer) kan weerstaan.

Terugpijl